Oudhollandse archieven op locatie

29 juli 2020
Oudhollandse archieven op locatie

In alle plaatselijke archieven liggen nog handgeschreven kerkboeken, weeshuisakten, scheepsarchieven en andere vergeelde papieren uit een ver verleden, te wachten op digitalisatie.

Belangrijke bronnen uit de tijd van voor 1811 liggen verspreid over het land. Instellingen hielden zelf lokale archieven of registers bij, zo hadden kerken ziekenhuizen, armenzorg en weeshuizen allemaal hun eigen archiefsystemen. Ook de steden en dorpen hielden gegevens bij zoals koopakten, boetes en woongegevens. Per gemeente loont het om na te gaan wat er nog aan oude archieven bestaat. Met oudhollandse krulletters zijn gegevens neergepend die soms nauwelijks te ontcijferen zijn, maar waar een schat aan informatie ligt opgeslagen.

Daarvoor moet je er wel op uit. Vanaf ongeveer 1811 werd het verplicht een familienaam te laten registreren. En is informatie eenvoudiger terug te vinden in de archieven. Vóór deze tijd dan is dat lastiger, en wat er is ligt lokaal verspreid in archieven.

Zoeken in zo’n archief kost tijd en vindingrijkheid. Kom je er niet uit, vraag dan hulp aan de archivaris van gemeenten of provincie. Of aan andere stamboomzoekers ter plekke of via het internet. Mijn ervaring is dat andere stamboomzoekers de meest behulpzame mensen ter wereld zijn.

Ga je zelf op zoek, en kun je het oudhollandse schrift ontcijferen, dan is nog steeds de vraag of je op de juiste naam zoekt. Tussen pakweg 1400 en 1700 kregen veel Nederlanders een achternaam, maar de wijze waarop families werden aangeduid verschilde van de systematiek die sinds Napoleon wordt gebruikt. Zo kregen kinderen doorgaans een patroniem oftewel de voornaam van hun vader mee. Pieter, zoon van Hendrik werd dan Pieter Hendriksz. genoemd. Of ook wel Pieter Hendrikse. En Elisabeth, dochter van Hendrik kon Elisabeth Hendriksdr. worden, maar ook wel Lijsbeth Hendrikse of Lijb Hendrix. Ook de naam of schrijfwijze van een locatie waar de voorouder woonde kan veranderd zijn: een dorpje is opgegaan in een grotere stad, er kan een ander dialect gebruikt zijn, of door de komst van een brug of een boerderij kan een nieuwe naam ontstaan zijn. En een kwart van alle Nederlanders had tot Napoleon nog steeds alleen een voornaam of bijnaam.

Marjan:

Mijn voorouders komen uit Duitsland, omgeving Osnabrück. Er blijkt daar een boerenhoeve gestaan te hebben die Ojemann heette. En iedereen die daar woonde, werd aangeduid als Ojemann. Dat betrof niet alleen zoons en dochters, maar ook schoonzoons en schoondochters en de seizoenknechten die uit andere streken kwamen en op de hoeve woonden. Ergens na 1700 kwamen de Oijeman nazaten naar Nederland, onder namen als Ooyman, Ooijman en Oijeman. Ze blijken allen uit deze zelfde hoeve te komen, maar daarmee is niets gezegd over de familieband van weleer, of over de vraag waar ze écht vandaan kwamen.  

Niet alleen de naam en locatie zijn vaak onzeker, ook andere data zijn minder betrouwbaar voor 1811. Als iemand overleden was, werd bijvoorbeeld door een familielid, buurman of huisgenoot aangifte gedaan. De aangever moest bij die aangifte ook de geboortegegevens van de overledene melden. Maar als de gestorvene uit een andere streek kwam, of als een man de dood van zijn schoonvader aan kwam geven, kon het voorkomen dat het gissen werd naar de exacte geboortedatum en geboorteplaats van de overledene. Zo kon een jongeman bij zijn huwelijk in het kerkboek staan ingeschreven als ‘Michiel, Fransoos, komend van Bordeaux’ en vervolgens bij zijn overlijden worden aangegeven als ‘Michiel uit de Kerkstraat alhier’. Hoe verder terug in de tijd, hoe meer kans dat informatie is vervormd.

Naast lokale stukken kun je altijd ook op zoek via het Nationaal Archief in Den Haag, dat de grootste collectie archieven in Nederland beheert. Bijvoorbeeld van de VOC, die tussen 1600 en 1800 een van de grootste werkgevers in ons land was. Het Centrale Archief heeft namen van de opvarenden en extra aantekeningen, bijvoorbeeld aan wie soldij moest worden uitgekeerd bij overlijden.

 Daarnaast zijn er de plaatselijk archieven, van de gemeente, of soms ook een persoonlijk lokaal initiatief, waar je op historische parels stuit. En soms zijn ook die gedigitaliseerd.

Johanna:

Mijn moeder komt uit Akersloot, mijn vader uit Uitgeest. Ik vond op de websites van Oud Akersloot en Oud Uitgeest foto’s van mijn ooms en van het huis waar mijn vader is geboren. Voor de deur staan zijn grootouders met al hun kinderen. Ook vond ik foto’s van een feestelijke bijeenkomst waar mijn overgrootmoeder en haar ouders op staan inclusief met hun naam en geboortejaar. Verder bleken er op de website van de Historische Vereniging Oud Uitgeest kerklijsten met doop- trouw en overlijdensgegevens vanaf 1620 te vinden. En gedigitaliseerde belastingaanslagen voor burgers vanaf 1690. Er zijn ook bidprentjes en een fotobeeldbank met rijp en groen door elkaar van de gehele 20e eeuw. Daarop stonden mijn overgrootouders naast de burgemeester.

Specifieke groepen zoal bijvoorbeeld bijv. allefriezen.nl, hebben niet alleen een eigen digitaal archief voor Friese voorouders, maar ook veel leden, die de niet gedigitaliseerde informatie helpen ontsluiten en die mee denken als je vragen hebt.

Loop je vast en kom je niet verder, dan kun je een oproep doen op een genealogisch forum of een van de websites waar je een stamboom aan kunt maken. Jouw voorouders kunnen honderden nakomelingen hebben waarvan en misschien nog een aan het puzzelen is. Je staat er niet alleen voor!

Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.