DNA-onderzoek uitgelegd

31 juli 2020
DNA-onderzoek uitgelegd

DNA tests zijn in. Het kan je snel een behoorlijk aantal verre verwanten opleveren. Dat komt door het DNA. DNA komt voor in alle cellen. Een deel van het DNA van alle mensen is gelijk. Maar er is ook een stukje DNA waarin jij je onderscheidt van anderen: jouw totale DNA-profiel is daardoor uniek.

In elke cel ligt het DNA op de chromosomen. Dit DNA bepaalt je erfelijke eigenschappen, zoals de kleur van je ogen of je haarkleur. Ook ziektes en talenten van je ouders en verdere voorouders vind je terug. Je krijgt zo’n 20.000 erfelijke eigenschappen mee van je vader én ook zo’n 20.000 erfelijke eigenschappen van je moeder. Van iedere eigenschap heb je daarmee van twee kanten een gen, bijvoorbeeld: van je vader een oorlel-gen dat leidt tot losse oorlellen, van je moeder een oorlel-gen voor doorlopende oorlellen. Of: van je vader een gen voor blauwe ogen, van je moeder een gen voor bruine.  Of: van je vader een gen voor heel lang worden, en van je moeder ook. Omdat sommige genen dominanter zijn dan andere, zoals bijv. bruine ogen over blauwe, is de kans groot dat je bruine ogen krijgt als een van je ouders bruine ogen heeft en de andere ouder blauwe ogen. Maar soms pakt het anders uit, en krijg je toch blauwe ogen. Het is ook mogelijk dat je ouders beide blauwe ogen hebben, terwijl jij bruine ogen hebt. Jij bent namelijk een mengelmoesje van de verschillende genen, zoals jouw moeder ook weer een combi is van háár ouders, en je vader van zijn ouders. Zo krijg je eigenschappen van je voorouders, die via overgrootouders, grootouders en ouders aan jou worden doorgegeven.

Door het DNA te vergelijken wordt een verwantschap tussen familieleden vastgesteld. Dit kan zowel in de relatie met een moeder, als met een vader. Een onderzoek naar verwantschap kan voor meer dan 99% zekerheid geven, als er voldoende onderdelen getest worden. Omdat je DNA deelt met je voorouders, kun je via zo’n test gelinkt worden aan onbekende familieleden overal ter wereld.

De drie soorten DNA-tests

Om te begrijpen hoe de verschillende soorten DNA tests werken, is wat kennis over chromosomen van belang. De drie soorten tests die je kunt laten doen, hebben namelijk met die chromosomen te maken.

In elke cel zitten 23 stellen chromosomen in elke cel. Daarvan zijn 22 paren een match met elkaar. Dat worden de 22 paar ‘autosomale chromosomen’ genoemd. Elk van deze paren bestaat uit 1 chromosoom van je moeder en 1 van je vader, die samen optrekken. Beide ouders geven daarmee de helft van hun eigen chromosomen aan jou door. Welk deel van hun DNA daarmee is doorgegeven, is niet vooraf te voorspellen: jouw broers en zusters zullen andere delen hebben geërfd dan jij. Ook is niet zeker welk deel jouw ouders op hun beurt van hun eigen ouders hebben gekregen. Jouw vader kan bijvoorbeeld veel van zijn vaders eigenschappen aan jou doorgeven, en weinig van zijn moeder. En die oma waar je via de overerving al zo weinig van hebt, kan best op haar beurt een schamele 10% van haar grootouders hebben gekregen. De verwatering gaat nogal willekeurig waardoor je binnen ongeveer zeven á acht generaties van een aantal voorouders geen DNA meer kunt herleiden.

Het geslachtschromosoom: X en Y bij zoons en dochters

In bovenstaande tekening is te zien dat een zoon altijd het Y-chromosoom van zijn vader krijgt: de erfelijke eigenschappen van de vader die op zijn 23e X-chromosoom liggen, worden door een zoon dus niet geërfd. Een dochter krijgt van haar vader juist wél het X-chromosoom mee. Plus een van haar moeders X-chromosomen.

Foto via: https://www.meneerspoor.nl/xchromosomaal.html

Foto van 23 paar chromosomen van een man: het 23e paar bestaat uit X en Y
Foto via: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/f/f3/Mapa_genético_o_cariograma.jpeg

Wil je DNA-onderzoek doen, dan kun je kiezen uit drie soorten tests. Elke test onderzoekt je DNA op een andere manier. Sommige bedrijven bieden maar één test aan, bij andere kun je voor alle drie terecht.

Een test die vrij algemene informatie geeft, is de ‘autosomale test’. Deze richt zich op de 22 paren autosomale chromosomen. Er wordt gezocht naar gelijke combinaties van DNA-pakketjes. Dit levert matches aan de mannelijke én aan de vrouwelijke kant. Er wordt een inschatting gemaakt van de afstand tussen jou en die lijn, maar er kan niet specifiek aangegeven kan worden wat de precieze familierelatie is. De match wordt berekend via een paar gegevens: het aantal stukjes DNA dat je deelt, de combinatie van die stukjes, en de lengte van de sliert DNA als je alle gemeenschappelijke stukjes achter elkaar zet. Die lengte wordt aangegeven in de meeteenheid CentiMorgan ofwel cM. En dat komt terug in de uitslagen van een autosomale DNA-test. Vanaf 15 cM en hoger wordt een score als betrouwbaar gezien en wordt verwantschap aangenomen. Als er meer gemeenschappelijkheid wordt gevonden, is er een nauwere familierelatie. Is het cM-getal laag, dan kan sprake van toeval zijn. Heb je via een DNA-bank een match gevonden met onbekenden, dan wordt het puzzelen om verder te komen. Je kunt dan bijvoorbeeld met de gematchte persoon de namen van familieleden of voorouders uitwisselen.

Een meer specifieke test is de ‘Y-chromosomentest’. Deze wordt uitgevoerd met het 23e paar chromosomen. Met deze test kan de relatie met de vader, grootvader en overgrootvader vastgesteld worden. Dat komt omdat bij mannen het Y-chromosoom van het 23e chromosomenpaar rechtstreeks over gaat van vader op zoon, op kleinzoon, en zo verder. Door dit Y-chromosoom te vergelijken, kan ook een verwantschap tussen broers, of tussen een zoon en vader vastgesteld worden. Voor het vaststellen van een dochter-vader relatie moet meer moeite worden gedaan: omdat een dochter geen Y-chromosoom heeft op het 23e chromosomenpaar, wordt er gezocht naar verwantschap via een vergelijking tussen het X-chromosoom van de vader en van de dochter. Zo is het mogelijk een verwantschap vast te stellen tussen twee halfzusters die een andere moeder hebben, en mogelijk wel dezelfde vader. Wil een dochter weten wie haar vader is, dan is ook informatie van de moeder nodig: als je kunt bepalen welk X-chromosoom van de moeder is meegekregen, wordt direct duidelijk dat het andere X-chromosoom afkomstig is van de vader. Ook grootouders kunnen op deze manier aan een kind gelinkt worden.

Een derde manier van testen gaat uit van mitochondriaal DNA, de ‘Mt-DNA test’. Hiermee kan de lijn van je moeder rechtstreeks worden vastgesteld. Mt-DNA zit in de eicellen van iedere vrouw en wordt door moeders aan hun kinderen doorgegeven, zowel aan dochters als aan zonen. Zoons én dochters kunnen dus een Mt-DNA-onderzoek laten doen. Alleen dochters geven dit Mt-DNA vervolgens door aan hun kinderen, waardoor de vrouwelijke lijn tot eeuwen terug langs dit Mt-DNA nagelopen kan worden en kan worden nagegaan langs welke migratiepaden jouw moederlijn de afgelopen duizenden jaren is getrokken.

 Steven:

Ik ben enig kind. Mijn vader is vlak na mijn geboorte met de noorderzon vertrokken. Ik heb uit de archieven veel informatie kunnen halen over de familienamen, maar geen verhalen of foto’s en geen mensen die mijn vader of opa gekend hebben. Ik hoopte dat ik via DNA-onderzoek toch familie zou kunnen opsporen om meer over mijn afkomst te weten te komen, maar werd teleurgesteld: ik vond alleen een‘third cousin’ in de Verenigde Staten, een verre achterneef of -nicht dus, daar zat ik niet op te wachten. Ik heb het rapport weggelegd. Pas toen ik er weken later rustig voor ging zitten realiseerde ik me dat die third cousin de sleutel kon zijn tot mijn antwoord. Want zijn overgrootvader of -moeder is dan een broer of zus van mijn overgrootvader. De opa’s zijn neven. Ik heb mijn stamboom ernaast gelegd en kon meteen al een paar van mijn acht voorouders wegstrepen. Omdat ze uit een ander land kwamen, of omdat ze enig kind waren en dus geen broer of zus hadden. Na een paar uurtjes stevig puzzelen viel alles op zijn plaats: ik kon de neef plaatsen en zocht contact. Zijn vader en grootvader leven nog. Zijn grootvader is in Nederland geboren en heeft mijn opa goed gekend, ze zijn inderdaad volle neven. Hij heeft een fotoalbum en een familiebijbel met alle namen en de geboorte en sterfdata van mijn grootouders en overgrootouders. Opeens hoor ik toch ergens bij.

Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.